Ondernemers zetten hun bedrijf te koop om te profiteren van hoge prijzen op de overnamemarkt, zelfs als ze dat in eerste instantie niet van plan waren. De kopers komen steeds vaker uit het buitenland.

Dat blijkt uit een analyse die adviesbedrijf EY voor het FD heeft gemaakt van meer dan tweeduizend overnames tot een waarde van €500 mln in de afgelopen drie jaar. Hoewel er veel minder bedrijven te koop staan dan er kopers zijn, daalt het aantal transacties niet. De markt is zo goed dat ondernemers die voorheen niet wilden verkopen dat nu wel doen, waardoor het aantal overnames op peil blijft.

De omstandigheden voor overnames zijn gunstig, zegt Jeroen Valk, hoofd van de afdeling fusies en overnames van EY. Lenen is goedkoop en er zijn veel partijen met overvolle kassen op zoek naar rendement. Dat leidt tot een markt met heel veel vraag en weinig aanbod.

Die situatie zou moeten leiden tot een daling van het aantal transacties, zoals op de huizenmarkt is gebeurd. ‘We waren voorbereid op een afkoeling van de markt’, zegt Valk. ‘Maar het blijft ontzettend druk. Dat heeft een hele klassieke reden: nu de markt goed is, zijn er ondernemers die hun geluk willen beproeven. Ze denken dat ze een goede prijs kunnen krijgen.’

Kennis kopen
Kopers jagen met name op bedrijven in de technologie-, media- of telecomsector. Veel bedrijven hebben te maken met snelle technologische veranderingen en zijn daarom op zoek naar technische kennis en werknemers. Die kunnen ze zelf proberen aan te trekken, maar het gaat sneller als ze een bedrijf met de gewenste kennis overnemen.

Het volledige bericht lezen? Kijk op FD.nl.